Dé lokale en regionale nieuwssite

Beste bezoeker, Als journalist schrijf ik over actuele zaken. Deze blog heeft ruim 1,9 miljoen bezoekers verwelkomd. Hier vindt u alle, ruim 24.000, gepubliceerde artikelen, verschenen in landelijke, regionale en lokale dag- en weekbladen en magazines. Veel leesplezier! Mocht u onderwerpen aan de kaak willen stellen, neemt u dan contact met mij op: joepderksen@live.com. Foto's kunnen, tegen vergoeding, besteld worden via dit emailadres.

11 augustus 2013

Passie voor het dorp

LISSE – De wieg van dorpsdichter Willem Ruigrok stond in 1952 in dit bollendorp en zoals het een rechtgeaarde jongere betaamd, probeerde hij zich jarenlang te ontworstelen aan zijn geboortedorp. Nu is hij enkele jaren en een aantal grijze haren verder en weet hij beter. Vol passie spreekt hij over ‘zijn’ dorp en de mooie dingen des levens.
 
Op z’n 16de vertrok Ruigrok uit Lisse om te studeren, maar daar gaf hij voortijdig de brui aan. ‘Ik had in Amsterdam een bijbaan als barkeeper om in mijn onderhoud te voorzien en ben toen volledig de horeca in gegaan. Maar na zeven jaar drinken en genieten bleek ik een anarchistische alcoholist en was het voor mij genoeg. Dat leven gaf me niet genoeg bevrediging.’ Hij stopte met drinken, werkte dubbele diensten als stukloner en richtte zich op het spelen van een saxofoon en het schrijven van liedjes. ‘Door die muziek en de liedjes ben ik in de poëzie geraakt; het was een verpoppingproces.’
 
Meerdere malen verhuisde hij, maar uiteindelijk keerde Ruigrok toch terug naar zijn geboortedorp. ‘Lisse ligt op de goede plek, want je kunt van hier met drie kwartier fietsen in Haarlem of Leiden en een half uurtje fietsen in Noordwijk zijn. Je zit overal midden in de actie en toch op een rustig plekje. Ik ben na de puberale ontkenningsfase trotser geworden op de historie van Lisse. Ik heb in mijn jongere jaren ook hier op het land en in de bollen moeten werken. Eerst vond ik het verschrikkelijk, maar later genoot ik er van.’
 
Er wordt in Nederland veel gemopperd, maar Ruigrok ziet graag het positieve: ‘Als er een weg open ligt, kunnen de kinderen weer lekker in het zand spelen. Van mij kan de gemeente niet genoeg de wegen openbreken. Hier worden de slootkanten en de dijken bijgehouden, de schappen van de winkels liggen altijd vol en elke ochtend heeft de bakker weer vers brood. De kranten worden stipt bezorgd en het vuil op tijd weggehaald. We zijn dit soort zaken als normaal gaan beschouwen en geneigd te vergeten dat het vroeger wel eens anders is geweest.’ Hij besluit: Wat mij betreft mag Lisse er nog heel lang blijven en dan graag zelfstandig. Een gemeentelijke fusie levert namelijk niet het rendement op, dat voorgespiegeld wordt. Elke gemeenschap heeft haar eigen identiteit en de nadelen van grootschaligheid zijn veel groter.’